Naar de inhoud

aanflitsen

(gezegd van licht): plotseling gaan branden

aanflitsen

werkwoord ˈanflɪtsə(n)

Betekenis

  1. (gezegd van licht): plotseling gaan branden

Hoe spreek je aanflitsen uit?

/ˈanflɪtsən/

Aanflitsen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanflɪtsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
f fiets
l land
ɪ pit
t tak
s sok
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. : plotseling gaan branden ergative

Vervoeging van aanflitsen

aanflitsenhele werkwoord — flitste aanverleden tijd enkelvoud — flitsten aanverleden tijd meervoud — aangeflitstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik flits aan flitste aan
jij flitst aan flitste aan
hij, zij, het flitst aan flitste aan
wij flitsen aan flitsten aan
jullie flitsen aan flitsten aan
zij flitsen aan flitsten aan
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te flitsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen flitsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal flitsen bijzin, toekomende tijd
aan zou flitsen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden flitsen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt flitsen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen flitsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen flitsen bijzin, toekomende tijd
aan zult flitsen bijzin, toekomende tijd
aanflits bijzin, tegenwoordige tijd
aanflitsend onvoltooid, deelwoord
aanflitst bijzin, tegenwoordige tijd
aanflitste bijzin, verleden tijd
aanflitsten bijzin, verleden tijd
aangeflitst verleden tijd, deelwoord
aangeflitst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeflitst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ev. gebiedende wijs
flits aan gebiedende wijs
flitste aan verleden tijd
had aangeflitst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeflitst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeflitst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeflitst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeflitst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeflitst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeflitst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeflitst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeflitst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangeflitst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanflitsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanflitsen bijzin, toekomende tijd
zal aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanflitsen bijzin, voorwaardelijk
zou aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aanflitsen aan zou(dt) flitsen bijzin, voorwaardelijk
zouden aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanflitsen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanflitsen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeflitst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aanflitsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanflitsen bijzin, toekomende tijd
zullen aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aanflitsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanflitsen bijzin, toekomende tijd
zult aangeflitst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal aanflitsen aan zult/zal flitsen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan bw en flitsen ww

Woordfamilie van aanflitsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanflits subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanflitsen
aanflitse with-subordinate-clause aanflitsen
aanflitsend onvoltooid deelwoord aanflitsen
aanflitsende woordvorm aanflitsen
aanflitst subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanflitsen
aanflitste subordinate-clause, verleden tijd aanflitsen
aanflitsten subordinate-clause, verleden tijd aanflitsen
aangeflitst voltooid deelwoord aanflitsen
aangeflitste woordvorm aanflitsen
flits aan gebiedende wijs aanflitsen
flitse aan woordvorm aanflitsen
flitsen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanflitsen
flitst aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanflitsen
flitste aan verleden tijd aanflitsen
flitsten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanflitsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanflitsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanflitsen

Hoe spreek ik aanflitsen uit?
Zo spreek je aanflitsen uit: /ˈanflɪtsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanflitsen?
Aanflitsen is een werkwoord. De betekenis is: (gezegd van licht): plotseling gaan branden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanflitsen?
Zo vervoeg je aanflitsen zo: het voltooid deelwoord is aangeflitst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanflitsen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. F 4
  5. L 3
  6. I 1
  7. T 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanflitsen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. F 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. T 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanflitsen in het kort

aanflitsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanflitsen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanflitsen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanflitsen: (gezegd van licht): plotseling gaan branden
Deel aanflitsen — standaardnederlands.nl