Naar de inhoud

aaneensluiten

dicht tegen elkaar aankomen

aaneensluiten

werkwoord anˈenslœytə(n)

Betekenis

  1. dicht tegen elkaar aankomen
  2. dicht met elkaar verbinden
  3. zich ~: zich verenigen

Hoe spreek je aaneensluiten uit?

/anˈenslœytən/

Aaneensluiten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /anˈenslœytən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
e veel
s sok
l land
œy huis
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aaneensluiten

aaneensluitenhele werkwoord — sloot aaneenverleden tijd enkelvoud — sloten aaneenverleden tijd meervoud — aaneengeslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluit aaneen sloot aaneen
jij sluit aaneen sloot aaneen
hij, zij, het sluit aaneen sloot aaneen
wij sluiten aaneen sloten aaneen
jullie sluiten aaneen sloten aaneen
zij sluiten aaneen sloten aaneen
Alle 157 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aaneen te sluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneen te zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneen zal sluiten bijzin, toekomende tijd
aaneen zou sluiten bijzin, voorwaardelijk
aaneen zouden sluiten bijzin, voorwaardelijk
aaneen zoudt sluiten bijzin, voorwaardelijk
aaneen zullen sluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneen zullen sluiten bijzin, toekomende tijd
aaneen zult sluiten bijzin, toekomende tijd
aaneengesloten verleden tijd, deelwoord
aaneengesloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneengesloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneengesloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengesloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengesloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengesloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aaneengesloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aaneengesloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneengesloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneengesloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneensloot bijzin, verleden tijd
aaneensloten bijzin, verleden tijd
aaneensluit bijzin, tegenwoordige tijd
aaneensluitend onvoltooid, deelwoord
ben aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aaneengesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aaneengesloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aaneengesloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aaneengesloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aaneengesloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aaneengesloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aaneengesloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aaneengesloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aaneengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aaneengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aaneengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aaneengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aaneengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aaneengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aaneengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aaneengesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sloot aaneen verleden tijd
sluit aaneen gebiedende wijs
sluit u/je aaneen, sluit je aaneen gebiedende wijs
te hebben aaneengesloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aaneensluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aaneengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aaneengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aaneengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aaneengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aaneengesloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aaneengesloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aaneengesloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aaneengesloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aaneengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aaneengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aaneengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aaneensluiten bijzin, toekomende tijd
zal me aaneensluiten eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich aaneensluiten derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je aaneensluiten tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich aaneengesloten hebben verleden tijd
zich aaneensluitend onvoltooid, deelwoord
zijn aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aaneengesloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aaneensluiten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aaneensluiten aaneen zou(dt) sluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aaneensluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aaneengesloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneengesloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneensluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aaneensluiten bijzin, voorwaardelijk
zullen aaneengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aaneengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aaneengesloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aaneengesloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aaneengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aaneengesloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneensluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm

Herkomst

samenstelling van aaneen bw en sluiten ww

Woordfamilie van aaneensluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aaneensloot subordinate-clause, verleden tijd aaneensluiten
aaneensloten subordinate-clause, verleden tijd aaneensluiten
aaneensluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd aaneensluiten
aaneensluite with-subordinate-clause aaneensluiten
aaneensluitend onvoltooid deelwoord aaneensluiten
aaneensluitende woordvorm aaneensluiten
sloot aaneen verleden tijd aaneensluiten
sloten aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aaneensluiten
sluit aaneen gebiedende wijs aaneensluiten
sluite aaneen woordvorm aaneensluiten
sluiten aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aaneensluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aaneensluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aaneensluiten

Hoe spreek ik aaneensluiten uit?
Zo spreek je aaneensluiten uit: /anˈenslœytə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van aaneensluiten?
Aaneensluiten is een werkwoord. De betekenis is: dicht tegen elkaar aankomen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aaneensluiten?
Zo vervoeg je aaneensluiten zo: het voltooid deelwoord is aaneengesloten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aaneensluiten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. L 3
  9. U 4
  10. I 1
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aaneensluiten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. L 3
  9. U 2
  10. I 2
  11. T 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 19 zonder bonus
  15. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aaneensluiten in het kort

aaneensluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aaneensluiten staan er 97 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aaneensluiten bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aaneensluiten: dicht tegen elkaar aankomen
Deel aaneensluiten — standaardnederlands.nl