Naar de inhoud

aaneenschrijven

aan elkaar (zonder ruimte of leesteken) schrijven van woorden

aaneenschrijven

werkwoord anˈensxrɛivə(n)

Betekenis

  1. aan elkaar (zonder ruimte of leesteken) schrijven van woorden

Hoe spreek je aaneenschrijven uit?

/anˈensxrɛivən/

Aaneenschrijven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /anˈensxrɛivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
e veel
s sok
x acht
r rood
ɛi trein
v vis
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aaneenschrijven

aaneenschrijvenhele werkwoord — schreef aaneenverleden tijd enkelvoud — schreven aaneenverleden tijd meervoud — aaneengeschrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijf aaneen schreef aaneen
jij schrijft aaneen schreef aaneen
hij, zij, het schrijft aaneen schreef aaneen
wij schrijven aaneen schreven aaneen
jullie schrijven aaneen schreven aaneen
zij schrijven aaneen schreven aaneen
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aaneen te schrijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneen te zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneen zal schrijven bijzin, toekomende tijd
aaneen zou schrijven bijzin, voorwaardelijk
aaneen zouden schrijven bijzin, voorwaardelijk
aaneen zoudt schrijven bijzin, voorwaardelijk
aaneen zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneen zullen schrijven bijzin, toekomende tijd
aaneen zult schrijven bijzin, toekomende tijd
aaneengeschreven verleden tijd, deelwoord
aaneengeschreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneengeschreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aaneengeschreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengeschreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengeschreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aaneengeschreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aaneengeschreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aaneengeschreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneengeschreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneengeschreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aaneenschreef bijzin, verleden tijd
aaneenschreeft bijzin, verleden tijd
aaneenschreven bijzin, verleden tijd
aaneenschrijf bijzin, tegenwoordige tijd
aaneenschrijft bijzin, tegenwoordige tijd
aaneenschrijvend onvoltooid, deelwoord
ben aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aaneengeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aaneengeschreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aaneengeschreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aaneengeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aaneengeschreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aaneengeschreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aaneengeschreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aaneengeschreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aaneengeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schreef aaneen verleden tijd
schrijf aaneen gebiedende wijs
te hebben aaneengeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aaneenschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aaneengeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aaneengeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aaneengeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aaneengeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aaneengeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aaneengeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aaneenschrijven bijzin, toekomende tijd
zijn aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aaneengeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aaneenschrijven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aaneenschrijven aaneen zou(dt) schrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aaneenschrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt aaneengeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneengeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aaneenschrijven bijzin, voorwaardelijk
zullen aaneengeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aaneengeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aaneengeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aaneengeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneengeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aaneengeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aaneengeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aaneenschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aaneenschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aaneenschrijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aaneen en schrijven

Woordfamilie van aaneenschrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aaneengeschreven voltooid deelwoord aaneenschrijven
aaneenschreef subordinate-clause, verleden tijd aaneenschrijven
aaneenschreven subordinate-clause, verleden tijd aaneenschrijven
aaneenschrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd aaneenschrijven
aaneenschrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd aaneenschrijven
aaneenschrijve with-subordinate-clause aaneenschrijven
aaneenschrijvend onvoltooid deelwoord aaneenschrijven
aaneenschrijvende woordvorm aaneenschrijven
schreef aaneen verleden tijd aaneenschrijven
schreeft aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aaneenschrijven
schreven aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aaneenschrijven
schrijf aaneen gebiedende wijs aaneenschrijven
schrijft aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aaneenschrijven
schrijve aaneen woordvorm aaneenschrijven
schrijven aaneen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aaneenschrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aaneenschrijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aaneenschrijven

Hoe spreek ik aaneenschrijven uit?
Zo spreek je aaneenschrijven uit: /anˈensxrɛivə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van aaneenschrijven?
Aaneenschrijven is een werkwoord. De betekenis is: aan elkaar (zonder ruimte of leesteken) schrijven van woorden.
Hoe vervoeg ik aaneenschrijven?
Zo vervoeg je aaneenschrijven zo: het voltooid deelwoord is aaneengeschreven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aaneenschrijven is 30 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. C 5
  9. H 4
  10. R 2
  11. I 1
  12. J 4
  13. V 4
  14. E 1
  15. N 1
  16. 30 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aaneenschrijven levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. C 5
  9. H 4
  10. R 2
  11. I 2
  12. J 4
  13. V 4
  14. E 1
  15. N 1
  16. 31 zonder bonus
  17. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aaneenschrijven in het kort

aaneenschrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aaneenschrijven staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aaneenschrijven bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aaneenschrijven: aan elkaar (zonder ruimte of leesteken) schrijven van woorden
Deel aaneenschrijven — standaardnederlands.nl