Naar de inhoud

aandikken

dikker worden

aandikken

werkwoord ˈandɪkə(n)

Betekenis

  1. dikker worden
  2. (iets) dikker maken
  3. (iets) overdrijven

Hoe spreek je aandikken uit?

/ˈandɪkən/

Aandikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈandɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
d dak
ɪ pit
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. dikker maken transitive
  2. overdrijven transitive

Vervoeging van aandikken

aandikkenhele werkwoord — dikte aanverleden tijd enkelvoud — dikten aanverleden tijd meervoud — aangediktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dik aan dikte aan
jij dikt aan dikte aan
hij, zij, het dikt aan dikte aan
wij dikken aan dikten aan
jullie dikken aan dikten aan
zij dikken aan dikten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te dikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen dikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal dikken bijzin, toekomende tijd
aan zou dikken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden dikken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt dikken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen dikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen dikken bijzin, toekomende tijd
aan zult dikken bijzin, toekomende tijd
aandik bijzin, tegenwoordige tijd
aandikkend onvoltooid, deelwoord
aandikt bijzin, tegenwoordige tijd
aandikte bijzin, verleden tijd
aandikten bijzin, verleden tijd
aangedikt verleden tijd, deelwoord
aangedikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dik aan gebiedende wijs
dikte aan verleden tijd
er is aangedikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangedikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangedikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangedikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangedikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangedikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangedikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangedikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangedikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangedikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangedikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangedikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangedikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangedikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangedikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangedikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aandikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangedikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangedikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangedikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangedikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangedikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangedikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangedikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangedikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangedikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangedikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangedikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangedikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aandikken bijzin, toekomende tijd
zal aangedikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangedikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangedikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangedikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aandikken bijzin, voorwaardelijk
zou aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aandikken aan zou(dt) dikken bijzin, voorwaardelijk
zouden aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aandikken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aandikken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangedikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aandikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aandikken bijzin, toekomende tijd
zullen aangedikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangedikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aandikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

denominatief van de samenstelling van aan vz en dik bn met het achtervoegsel -en van een (werkwoord)

Woordfamilie van aandikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aandik subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandikken
aandikke with-subordinate-clause aandikken
aandikkend onvoltooid deelwoord aandikken
aandikkende woordvorm aandikken
aandikt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandikken
aandikte subordinate-clause, verleden tijd aandikken
aandikten subordinate-clause, verleden tijd aandikken
aangedikt voltooid deelwoord aandikken
aangedikte woordvorm aandikken
dik aan gebiedende wijs aandikken
dikke aan woordvorm aandikken
dikken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aandikken
dikt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aandikken
dikte aan verleden tijd aandikken
dikten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aandikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aandikken

Hoe spreek ik aandikken uit?
Zo spreek je aandikken uit: /ˈandɪkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aandikken?
Aandikken is een werkwoord. De betekenis is: dikker worden. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aandikken?
Zo vervoeg je aandikken zo: het voltooid deelwoord is aangedikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aandikken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aandikken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aandikken in het kort

aandikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aandikken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aandikken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aandikken: dikker worden
Deel aandikken — standaardnederlands.nl