zwikboor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rechte boor met aan het einde een stevige kruk voor het draaien met de hand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwikboortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwikboortjes | verkleinwoord, meervoud |
| zwikboren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwik ww en boor
Woordfamilie van zwikboor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwikboortje | verkleinwoord | zwikboor |
| zwikboortjes | verkleinwoord meervoud | zwikboor |
| zwikboren | meervoud | zwikboor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwikboor zijn vastgelegd.