zwierbollen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het zwierbolspel spelen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van zwierbollen
zwierbollenhele werkwoord — zwierboldeverleden tijd enkelvoud — zwierboldenverleden tijd meervoud — gezwierboldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zwierbol | zwierbolde |
| jij | zwierbolt | zwierbolde |
| hij, zij, het | zwierbolt | zwierbolde |
| wij | zwierbollen | zwierbolden |
| jullie | zwierbollen | zwierbolden |
| zij | zwierbollen | zwierbolden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gezwierbold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezwierbold | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezwierbold | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezwierbold | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezwierbold worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezwierbold zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezwierbold worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezwierbold zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezwierbold | verleden tijd, deelwoord |
| gezwierbold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezwierbold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezwierbold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezwierbold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezwierbold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezwierbold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezwierbold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezwierbold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezwierbold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezwierbold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezwierbold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezwierbold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwierbollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zwierbollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zal gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezwierbold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zwierbollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezwierbold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zwierbollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zwierbol | gebiedende wijs |
| zwierbolde | verleden tijd |
| zwierbolle | aanvoegende wijs |
| zwierbollend | onvoltooid, deelwoord |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zwierbol
Herkomst
samenstelling van zwier ww en bollen
Woordfamilie van zwierbollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezwierbold | voltooid deelwoord | zwierbollen |
| zwierbolde | verleden tijd | zwierbollen |
| zwierbolden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwierbollen |
| zwierbolle | aanvoegende wijs | zwierbollen |
| zwierbollend | onvoltooid deelwoord | zwierbollen |
| zwierbollende | woordvorm | zwierbollen |
| zwierbolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwierbollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwierbollen zijn vastgelegd.