zwengelboor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- handboor die men met de ene hand op zijn plaats houdt terwijl men met de andere hand een draaiende beweging maakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwengelboortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwengelboortjes | verkleinwoord, meervoud |
| zwengelboren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwengel zn en boor zn
Woordfamilie van zwengelboor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwengelboortje | verkleinwoord | zwengelboor |
| zwengelboortjes | verkleinwoord meervoud | zwengelboor |
| zwengelboren | meervoud | zwengelboor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwengelboor zijn vastgelegd.