zweefvliegen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzwefliɣə(n)Betekenis
- vliegen en besturen van een zweefvliegtuig
Hoe spreek je zweefvliegen uit?
/ˈzweflixən/
Zweefvliegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| e | veel |
| f | fiets |
| l | land |
| i | riet |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zweefvliegen
zweefvliegenhele werkwoord — zweefvliegdeverleden tijd enkelvoud — zweefvliegdenverleden tijd meervoud — gezweefvliegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zweefvlieg | zweefvliegde |
| jij | zweefvliegt | zweefvliegde |
| hij, zij, het | zweefvliegt | zweefvliegde |
| wij | zweefvliegen | zweefvliegden |
| jullie | zweefvliegen | zweefvliegden |
| zij | zweefvliegen | zweefvliegden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezweefvliegd | verleden tijd, deelwoord |
| gezweefvliegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezweefvliegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezweefvliegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezweefvliegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezweefvliegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezweefvliegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zweefvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zweefvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zal gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezweefvliegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zweefvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezweefvliegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zweefvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zweefvlieg | gebiedende wijs |
| zweefvliegde | verleden tijd |
| zweefvliege | aanvoegende wijs |
| zweefvliegend | onvoltooid, deelwoord |
zelfstandig naamwoord
- Syrphidae een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera). In Nederland zijn 363 soorten zweefvliegen waargenomen, 303 daarvan worden als inheems beschouwd. Sommige andere vliegenfamilies vertonen gelijkende kenmerken, zoals de familie van de wolzwevers (Bombyliidae)
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zweefvlieg
Herkomst
WW samenstelling van zweef ww en vliegen ww
Woordfamilie van zweefvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezweefvliegd | voltooid deelwoord | zweefvliegen |
| zweefvliegde | verleden tijd | zweefvliegen |
| zweefvliegden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zweefvliegen |
| zweefvliege | aanvoegende wijs | zweefvliegen |
| zweefvliegend | onvoltooid deelwoord | zweefvliegen |
| zweefvliegende | woordvorm | zweefvliegen |
| zweefvliegt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zweefvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zweefvliegen zijn vastgelegd.