Naar de inhoud

zwavelen

met zwaveldamp desinfecteren

zwavelen

werkwoord

Betekenis

  1. met zwaveldamp desinfecteren

Vervoeging van zwavelen

zwavelenhele werkwoord — zwaveldeverleden tijd enkelvoud — zwaveldenverleden tijd meervoud — gezwaveldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwavel zwavelde
jij zwavelt zwavelde
hij, zij, het zwavelt zwavelde
wij zwavelen zwavelden
jullie zwavelen zwavelden
zij zwavelen zwavelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezwaveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezwaveld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezwaveld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezwaveld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezwaveld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezwaveld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezwaveld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezwaveld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezwaveld verleden tijd, deelwoord
gezwaveld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezwaveld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezwaveld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwaveld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwaveld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwaveld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezwaveld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezwaveld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezwaveld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezwaveld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwaveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwaveld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwavelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwavelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waart gezwaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezwaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezwaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezwaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezwaveld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezwaveld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezwaveld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezwaveld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezwaveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwaveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezwaveld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwaveld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezwaveld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezwaveld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwaveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwaveld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwavelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwaveld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezwaveld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezwaveld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwavelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zwavel gebiedende wijs
zwavelde verleden tijd
zwavele aanvoegende wijs
zwavelend onvoltooid, deelwoord

Woordfamilie van zwavelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwaveld voltooid deelwoord zwavelen
gezwavelde woordvorm zwavelen
zwavelde verleden tijd zwavelen
zwavelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwavelen
zwavele aanvoegende wijs zwavelen
zwavelend onvoltooid deelwoord zwavelen
zwavelende woordvorm zwavelen
zwavelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwavelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwavelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zwavelen

Wat is de betekenis van zwavelen?
Zwavelen is een werkwoord. De betekenis is: met zwaveldamp desinfecteren.
Hoe vervoeg ik zwavelen?
Zo vervoeg je zwavelen zo: de tegenwoordige tijd is zwavel, de verleden tijd is zwavelde en het voltooid deelwoord is gezwaveld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwavelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. A 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwavelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. A 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 zonder bonus
  10. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwavelen in het kort

zwavelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zwavelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zwavelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zwavelen: met zwaveldamp desinfecteren
Deel zwavelen — standaardnederlands.nl