Naar de inhoud

zwatelen

een lispelend, ruisend geluid maken

zwatelen

werkwoord ˈzwatələ(n)

Betekenis

  1. een lispelend, ruisend geluid maken
  2. zinloos doorpraten, nietszeggende woorden spreken
  3. tweede betekenisomschrijving.
  4. enz.

Hoe spreek je zwatelen uit?

/ˈzwatələn/

Zwatelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzwatələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
w quiz
a maan
t tak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zwatelen

zwatelenhele werkwoord — zwateldeverleden tijd enkelvoud — zwateldenverleden tijd meervoud — gezwateldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwatel zwatelde
jij zwatelt zwatelde
hij, zij, het zwatelt zwatelde
wij zwatelen zwatelden
jullie zwatelen zwatelden
zij zwatelen zwatelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezwateld verleden tijd, deelwoord
gezwateld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwateld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwateld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwateld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwateld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwateld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwateld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwateld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwateld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwateld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwateld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwateld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwatelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwatelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwateld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwatelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwateld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwatelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zwatel gebiedende wijs
zwatelde verleden tijd
zwatele aanvoegende wijs
zwatelend onvoltooid, deelwoord

Herkomst

frequentatief gevormd uit zwetsen met het achtervoegsel -el

Woordfamilie van zwatelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwateld voltooid deelwoord zwatelen
zwatel gebiedende wijs zwatelen
zwatelde verleden tijd zwatelen
zwatelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwatelen
zwatele aanvoegende wijs zwatelen
zwatelend onvoltooid deelwoord zwatelen
zwatelende woordvorm zwatelen
zwatelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwatelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwatelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zwatelen

Hoe spreek ik zwatelen uit?
Zo spreek je zwatelen uit: /ˈzwatələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van zwatelen?
Zwatelen is een werkwoord. De betekenis is: een lispelend, ruisend geluid maken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zwatelen?
Zo vervoeg je zwatelen zo: de tegenwoordige tijd is zwatel, de verleden tijd is zwatelde en het voltooid deelwoord is gezwateld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwatelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwatelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. A 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwatelen in het kort

zwatelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zwatelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zwatelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zwatelen: een lispelend, ruisend geluid maken
Deel zwatelen — standaardnederlands.nl