Naar de inhoud

zwartwerken

betaald werk verrichten zonder daar belasting of sociale premie over te betalen, of betaald werken bij een uitkering

zwartwerken is meer dan één woord

zwartwerken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. betaald werk verrichten zonder daar belasting of sociale premie over te betalen, of betaald werken bij een uitkering

Vervoeging van zwartwerken

zwartwerkenhele werkwoord — werkte zwartverleden tijd enkelvoud — werkten zwartverleden tijd meervoud — zwartgewerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik werk zwart werkte zwart
jij werkt zwart werkte zwart
hij, zij, het werkt zwart werkte zwart
wij werken zwart werkten zwart
jullie werken zwart werkten zwart
zij werken zwart werkten zwart
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt zwartgewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben zwartgewerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft zwartgewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben zwartgewerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwartwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
werk zwart gebiedende wijs
werkte zwart verleden tijd
zal zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zwartwerken bijzin, toekomende tijd
zou zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou zwartwerken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) zwartwerken zwart zou(dt) werken bijzin, voorwaardelijk
zouden zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden zwartwerken bijzin, voorwaardelijk
zoudt zwartgewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt zwartwerken bijzin, voorwaardelijk
zullen zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwartwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zwartwerken bijzin, toekomende tijd
zult zwartgewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwartwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult zwartwerken bijzin, toekomende tijd
zult/zal zwartwerken zwart zult/zal werken bijzin, toekomende tijd
zwart te werken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zwart te zullen werken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zwart zal werken bijzin, toekomende tijd
zwart zou werken bijzin, voorwaardelijk
zwart zouden werken bijzin, voorwaardelijk
zwart zoudt werken bijzin, voorwaardelijk
zwart zullen werken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zwart zullen werken bijzin, toekomende tijd
zwart zult werken bijzin, toekomende tijd
zwartgewerkt verleden tijd, deelwoord
zwartgewerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
zwartgewerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zwartwerk bijzin, tegenwoordige tijd
zwartwerkend onvoltooid, deelwoord
zwartwerkt bijzin, tegenwoordige tijd
zwartwerkte bijzin, verleden tijd
zwartwerkten bijzin, verleden tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zwartwerk

Herkomst

samenstelling van zwart en werken

Woordfamilie van zwartwerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
werk zwart gebiedende wijs zwartwerken
werke zwart woordvorm zwartwerken
werken zwart aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon zwartwerken
werkt zwart aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwartwerken
werkte zwart verleden tijd zwartwerken
werkten zwart aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwartwerken
zwartgewerkt voltooid deelwoord zwartwerken
zwartwerk subordinate-clause, tegenwoordige tijd zwartwerken
zwartwerke with-subordinate-clause zwartwerken
zwartwerkend onvoltooid deelwoord zwartwerken
zwartwerkende woordvorm zwartwerken
zwartwerkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd zwartwerken
zwartwerkte subordinate-clause, verleden tijd zwartwerken
zwartwerkten subordinate-clause, verleden tijd zwartwerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwartwerken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over zwartwerken

Wat is de betekenis van zwartwerken?
Zwartwerken is een werkwoord. De betekenis is: betaald werk verrichten zonder daar belasting of sociale premie over te betalen, of betaald werken bij een uitkering.
Hoe vervoeg ik zwartwerken?
Zo vervoeg je zwartwerken zo: het voltooid deelwoord is zwartgewerkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwartwerken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. A 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwartwerken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. A 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 28 zonder bonus
  13. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwartwerken in het kort

zwartwerken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van zwartwerken staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zwartwerken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zwartwerken: betaald werk verrichten zonder daar belasting of sociale premie over te betalen, of betaald werken bij een uitkering
Deel zwartwerken — standaardnederlands.nl