zwartsel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- zwarte kleurstof of verf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwartsels, zwartselen | meervoud |
| zwartseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwartseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwartselen
- gebiedende wijs van zwartselen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwartselen
Vervoeging van zwartsel
zwartselhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van zwarten (zwart maken) met het achtervoegsel -sel.
Woordfamilie van zwartsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwartselen | meervoud | zwartsel |
| zwartsels | meervoud | zwartsel |
| zwartseltje | verkleinwoord | zwartsel |
| zwartseltjes | verkleinwoord meervoud | zwartsel |
| gezwartseld | woordvorm | zwartselen |
| zwartselde | woordvorm | zwartselen |
| zwartselden | woordvorm | zwartselen |
| zwartsele | woordvorm | zwartselen |
| zwartselend | woordvorm | zwartselen |
| zwartselt | woordvorm | zwartselen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwartsel zijn vastgelegd.