zwaai
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- zwaaiende beweging
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwaaien | meervoud |
| zwaaitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwaaitjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwaaien
- gebiedende wijs van zwaaien
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwaaien
Vervoeging van zwaai
zwaaihele werkwoord
Woordfamilie van zwaai
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwaaitje | verkleinwoord | zwaai |
| zwaaitjes | verkleinwoord meervoud | zwaai |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwaai zijn vastgelegd.