zuiveren
werkwoord ˈzœyvərə(n)Betekenis
- van verontreinigingen ontdoen
- raffineren, veredelen
- ontdoen van politieke tegenstanders
- van een smet bevrijden
- fouten of onvolkomenheden verwijderen uit
Hoe spreek je zuiveren uit?
/ˈzœyvərən/
Zuiveren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| œy | huis |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zuiveren
zuiverenhele werkwoord — zuiverdeverleden tijd enkelvoud — zuiverdenverleden tijd meervoud — gezuiverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zuiver | zuiverde |
| jij | zuivert | zuiverde |
| hij, zij, het | zuivert | zuiverde |
| wij | zuiveren | zuiverden |
| jullie | zuiveren | zuiverden |
| zij | zuiveren | zuiverden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gezuiverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezuiverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezuiverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezuiverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezuiverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezuiverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezuiverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezuiverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezuiverd | verleden tijd, deelwoord |
| gezuiverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezuiverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezuiverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezuiverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezuiverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezuiverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezuiverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezuiverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezuiverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezuiverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezuiverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezuiverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zuiver | gebiedende wijs |
| zuiverde | verleden tijd |
| zuivere | aanvoegende wijs |
| zuiverend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordfamilie van zuiveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zuiverde | verleden tijd | zuiveren |
| zuiverden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zuiveren |
| zuivert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zuiveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuiveren zijn vastgelegd.