Naar de inhoud

zoeven

hoorbaar snel zich ergens heenbewegen

zoeven

werkwoord

Betekenis

  1. hoorbaar snel zich ergens heenbewegen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van zoeven

zoevenhele werkwoord — zoefdeverleden tijd enkelvoud — zoefdenverleden tijd meervoud — gezoefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zoef zoefde
jij zoeft zoefde
hij, zij, het zoeft zoefde
wij zoeven zoefden
jullie zoeven zoefden
zij zoeven zoefden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezoefd verleden tijd, deelwoord
gezoefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezoefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezoefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezoefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezoefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezoefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezoefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezoefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezoefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezoefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezoefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezoefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zoeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zoeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zoef gebiedende wijs
zoefde verleden tijd
zoeve aanvoegende wijs
zoevend onvoltooid, deelwoord
zou gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezoefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zoeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zoeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezoefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zoeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘voortgonzen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1855

Woordfamilie van zoeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezoefd voltooid deelwoord zoeven
gezoefde woordvorm zoeven
zoefde verleden tijd zoeven
zoefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zoeven
zoeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zoeven
zoeve aanvoegende wijs zoeven
zoevend onvoltooid deelwoord zoeven
zoevende woordvorm zoeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zoeven

Wat betekent zoeven?
Zoeven is een werkwoord. Het woord betekent: hoorbaar snel zich ergens heenbewegen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je zoeven?
Je vervoegt zoeven als volgt: de tegenwoordige tijd is zoef, de verleden tijd is zoefde en het voltooid deelwoord is gezoefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zoeven is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zoeven levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. O 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zoeven telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zoeven in het kort

zoeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van zoeven zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zoeven bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zoeven: hoorbaar snel zich ergens heenbewegen
Deel zoeven — standaardnederlands.nl