| - |
impersonal, passief
|
| er is gezoetvijld |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gezoetvijld |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gezoetvijld |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gezoetvijld |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gezoetvijld worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gezoetvijld zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gezoetvijld worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gezoetvijld zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gezoetvijld |
verleden tijd, deelwoord
|
| gezoetvijld te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gezoetvijld te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gezoetvijld te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gezoetvijld te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gezoetvijld te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gezoetvijld worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gezoetvijld zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gezoetvijld zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gezoetvijld zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gezoetvijld zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gezoetvijld |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te hebben gezoetvijld |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zoetvijlen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen zoetvijlen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waren gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gezoetvijld |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gezoetvijld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werden gezoetvijld |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| worden gezoetvijld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gezoetvijld |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gezoetvijld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gezoetvijld zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gezoetvijld |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zoetvijl |
gebiedende wijs
|
| zoetvijlde |
verleden tijd
|
| zoetvijle |
aanvoegende wijs
|
| zoetvijlend |
onvoltooid, deelwoord
|
| zou gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gezoetvijld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gezoetvijld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gezoetvijld worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gezoetvijld zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gezoetvijld hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gezoetvijld worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gezoetvijld zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen zoetvijlen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gezoetvijld hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult zoetvijlen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|