zoemer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een apparaatje dat een signaal afgeeft in de vorm van een zoemend geluid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoemers | meervoud |
| zoemertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoemertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van zoemen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zoemer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoemers | meervoud | zoemer |
| zoemertjes | verkleinwoord meervoud | zoemer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoemer zijn vastgelegd.