zoemertoon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een geluid dat een zoemer voortbrengt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoemertonen | meervoud |
| zoemertoontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoemertoontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zoemer zn en toon zn , bekend sedert 1924.
Woordfamilie van zoemertoon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoemertonen | meervoud | zoemertoon |
| zoemertoontje | verkleinwoord | zoemertoon |
| zoemertoontjes | verkleinwoord meervoud | zoemertoon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoemertoon zijn vastgelegd.