Naar de inhoud

zinderen

trillingen in de lucht vertonen van de warmte

zinderen

werkwoord

Betekenis

  1. trillingen in de lucht vertonen van de warmte
  2. overdrachtelijk heftig in beroering of spanning zijn
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van zinderen

zinderenhele werkwoord — zinderdeverleden tijd enkelvoud — zinderdenverleden tijd meervoud — gezinderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zinder zinderde
jij zindert zinderde
hij, zij, het zindert zinderde
wij zinderen zinderden
jullie zinderen zinderden
zij zinderen zinderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezinderd verleden tijd, deelwoord
gezinderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezinderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezinderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezinderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezinderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezinderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezinderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezinderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezinderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezinderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezinderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezinderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zinderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zinderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zinder gebiedende wijs
zinderde verleden tijd
zindere aanvoegende wijs
zinderend onvoltooid, deelwoord
zou gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezinderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zinderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zinderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezinderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zinderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘gloeiend trillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1511

Woordfamilie van zinderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezinderd voltooid deelwoord zinderen
zinder gebiedende wijs zinderen
zinderde verleden tijd zinderen
zinderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zinderen
zindere aanvoegende wijs zinderen
zindert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zinderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zinderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zinderen

Wat is de betekenis van zinderen?
Zinderen is een werkwoord. De betekenis is: trillingen in de lucht vertonen van de warmte. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zinderen?
Zo vervoeg je zinderen zo: de tegenwoordige tijd is zinder, de verleden tijd is zinderde en het voltooid deelwoord is gezinderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zinderen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. I 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zinderen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. I 2
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zinderen in het kort

zinderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zinderen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zinderen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zinderen: trillingen in de lucht vertonen van de warmte
Deel zinderen — standaardnederlands.nl