zindelijkheidstraining
zelfstandig naamwoord ˈzɪndələkhɛitsˌtrenɪŋBetekenis
- een jong kind leren om de natuurlijke behoeften te beheersen en ze alleen op een aangewezen plek (zoals de toiletpot) uit te oefenen
Hoe spreek je zindelijkheidstraining uit?
/ˈzɪndələkhɛitsˌtrenɪŋ/
Zindelijkheidstraining bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zindelijkheidstrainingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zindelijkheid zn en training zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zindelijkheidstraining
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zindelijkheidstrainingen | meervoud | zindelijkheidstraining |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zindelijkheidstraining zijn vastgelegd.