zijp
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- plaats waar water sijpelt, bron, kwel, goot, wetering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijpen | meervoud |
| zijpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zijpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zijpen
- gebiedende wijs van zijpen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zijpen
Vervoeging van zijp
zijphele werkwoord
Woordfamilie van zijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijpje | verkleinwoord | zijp |
| zijpjes | verkleinwoord meervoud | zijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijp zijn vastgelegd.