Naar de inhoud

zeulen

~ met: met inzet van grote inspanning iets dragend rondlopen

zeulen

werkwoord

Betekenis

  1. ~ met: met inzet van grote inspanning iets dragend rondlopen
  2. iets met grote inspanning verplaatsen

Vervoeging van zeulen

zeulenhele werkwoord — zeuldeverleden tijd enkelvoud — zeuldenverleden tijd meervoud — gezeuldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zeul zeulde
jij zeult zeulde
hij, zij, het zeult zeulde
wij zeulen zeulden
jullie zeulen zeulden
zij zeulen zeulden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezeuld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezeuld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezeuld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezeuld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezeuld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezeuld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezeuld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezeuld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezeuld verleden tijd, deelwoord
gezeuld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezeuld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezeuld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezeuld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezeuld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezeuld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezeuld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezeuld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezeuld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezeuld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezeuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezeuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezeuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezeuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezeuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezeuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezeuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezeuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezeuld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zeulen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zeulen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezeuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezeuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezeuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezeuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezeuld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezeuld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezeuld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezeuld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezeuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezeuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezeuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezeuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezeuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezeuld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezeuld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezeuld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zeul gebiedende wijs
zeulde verleden tijd
zeule aanvoegende wijs
zeulend onvoltooid, deelwoord
zijn gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezeuld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezeuld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezeuld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zeulen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezeuld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezeuld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezeuld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zeulen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezeuld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezeuld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezeuld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zeulen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘voortslepen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1667

Woordfamilie van zeulen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezeuld voltooid deelwoord zeulen
gezeulde woordvorm zeulen
zeul gebiedende wijs zeulen
zeulde verleden tijd zeulen
zeulden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zeulen
zeule aanvoegende wijs zeulen
zeulend onvoltooid deelwoord zeulen
zeulende woordvorm zeulen
zeult aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zeulen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeulen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zeulen

Wat is de betekenis van zeulen?
Zeulen is een werkwoord. De betekenis is: ~ met: met inzet van grote inspanning iets dragend rondlopen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zeulen?
Zo vervoeg je zeulen zo: de tegenwoordige tijd is zeul, de verleden tijd is zeulde en het voltooid deelwoord is gezeuld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zeulen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. E 1
  3. U 4
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zeulen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. E 1
  3. U 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zeulen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zeulen in het kort

zeulen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zeulen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zeulen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zeulen: ~ met: met inzet van grote inspanning iets dragend rondlopen
Deel zeulen — standaardnederlands.nl