zakkenrollen
werkwoordBetekenis
- iemand bestelen door ongemerkt iets uit zijn zak of tas te halen
Vervoeging van zakkenrollen
zakkenrollenhele werkwoord — zakkenroldeverleden tijd enkelvoud — zakkenroldenverleden tijd meervoud — gezakkenroldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zakkenrol | zakkenrolde |
| jij | zakkenrolt | zakkenrolde |
| hij, zij, het | zakkenrolt | zakkenrolde |
| wij | zakkenrollen | zakkenrolden |
| jullie | zakkenrollen | zakkenrolden |
| zij | zakkenrollen | zakkenrolden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (bijzin) zakkenrolde | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezakkenrold | verleden tijd, deelwoord |
| gezakkenrold te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezakkenrold zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezakkenrold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezakkenrold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezakkenrold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezakkenrold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zakkenrollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zakkenrollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zakkengerold | verleden tijd, deelwoord |
| zakkenrol | gebiedende wijs |
| zakkenrolle | aanvoegende wijs |
| zakkenrollend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezakkenrold hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zakkenrollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezakkenrold hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zakkenrollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘uit zakken stelen’ voor het eerst aangetroffen in 1781
Woordfamilie van zakkenrollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezakkenrold | voltooid deelwoord | zakkenrollen |
| gezakkenrolde | woordvorm | zakkenrollen |
| zakkenrol | gebiedende wijs | zakkenrollen |
| zakkenrolde | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | zakkenrollen |
| zakkenrolden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zakkenrollen |
| zakkenrollend | onvoltooid deelwoord | zakkenrollen |
| zakkenrollende | woordvorm | zakkenrollen |
| zakkenrolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zakkenrollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakkenrollen zijn vastgelegd.