zakenpartner
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand met wie men gezamenlijk zaken onderneemt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakenpartners | meervoud |
| zakenpartnertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakenpartnertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaak en partner met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zakenpartner
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakenpartners | meervoud | zakenpartner |
| zakenpartnertje | verkleinwoord | zakenpartner |
| zakenpartnertjes | verkleinwoord meervoud | zakenpartner |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakenpartner zijn vastgelegd.