zakenpand
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pand waarin één of meer zaken gevestigd zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakenpanden | meervoud |
| zakenpandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakenpandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaak en pand met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zakenpand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakenpanden | meervoud | zakenpand |
| zakenpandje | verkleinwoord | zakenpand |
| zakenpandjes | verkleinwoord meervoud | zakenpand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakenpand zijn vastgelegd.