zadelboog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de verstevigde boog aan de voorzijde van een zadel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zadelbogen | meervoud |
| zadelboogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zadelboogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zadel en boog
Woordfamilie van zadelboog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zadelbogen | meervoud | zadelboog |
| zadelboogje | verkleinwoord | zadelboog |
| zadelboogjes | verkleinwoord meervoud | zadelboog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zadelboog zijn vastgelegd.