zadeldak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dak met twee tegen elkaar geplaatste gelijkhellende dakschilden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zadeldaken | meervoud |
| zadeldakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zadeldakjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zadel zn en dak zn
Woordfamilie van zadeldak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zadeldaken | meervoud | zadeldak |
| zadeldakje | verkleinwoord | zadeldak |
| zadeldakjes | verkleinwoord meervoud | zadeldak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zadeldak zijn vastgelegd.