zaalwacht
zelfstandig naamwoord ˈzalwɑxtBetekenis
- een bewaker van een zaal
Hoe spreek je zaalwacht uit?
/ˈzalwɑxt/
Zaalwacht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| l | land |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaalwachten | meervoud |
| zaalwachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaalwachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaal en wacht
Woordfamilie van zaalwacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaalwachten | meervoud | zaalwacht |
| zaalwachtje | verkleinwoord | zaalwacht |
| zaalwachtjes | verkleinwoord meervoud | zaalwacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaalwacht zijn vastgelegd.