yellen
werkwoordBetekenis
- het schreeuwen van een leuze
Vervoeging van yellen
yellenhele werkwoord — yeldeverleden tijd enkelvoud — yeldenverleden tijd meervoud — geyeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | yel | yelde |
| jij | yelt | yelde |
| hij, zij, het | yelt | yelde |
| wij | yellen | yelden |
| jullie | yellen | yelden |
| zij | yellen | yelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geyeld | verleden tijd, deelwoord |
| geyeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geyeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geyeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geyeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geyeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geyeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geyeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geyeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geyeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geyeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geyeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geyeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te yellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen yellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| yel | gebiedende wijs |
| yelde | verleden tijd |
| yelle | aanvoegende wijs |
| yellend | onvoltooid, deelwoord |
| zal geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geyeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt yellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen yellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geyeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult yellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afkomstig van het Engelse yell.
Woordfamilie van yellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geyeld | voltooid deelwoord | yellen |
| geyelde | woordvorm | yellen |
| yel | gebiedende wijs | yellen |
| yelde | verleden tijd | yellen |
| yelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | yellen |
| yelle | aanvoegende wijs | yellen |
| yellend | onvoltooid deelwoord | yellen |
| yellende | woordvorm | yellen |
| yelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | yellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van yellen zijn vastgelegd.