wraken
werkwoordBetekenis
- afkeuren, verwerpen
- op bepaalde, bij wet omschreven gronden niet toelaten of onbevoegd verklaren
werkwoord
- wreken ww [1], wraak nemen voor obsolete, transitive
Vervoeging van wraken
wrakenhele werkwoord — wraakteverleden tijd enkelvoud — wraaktenverleden tijd meervoud — gewraaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wraak | wraakte |
| jij | wraakt | wraakte |
| hij, zij, het | wraakt | wraakte |
| wij | wraken | wraakten |
| jullie | wraken | wraakten |
| zij | wraken | wraakten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewraakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewraakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewraakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewraakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewraakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewraakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewraakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewraakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewraakt | verleden tijd, deelwoord |
| gewraakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewraakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewraakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewraakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewraakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewraakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewraakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewraakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewraakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewraakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wraken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewraakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| wraak | gebiedende wijs |
| wraakte | verleden tijd |
| wrake | aanvoegende wijs |
| wrakend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewraakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wraken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewraakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewraakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wraken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘afkeuren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265. Afgeleid van de wortel van wreken ww .
Woordfamilie van wraken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wraakt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wraken |
| wraakte | verleden tijd | wraken |
| wraakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wraken |
| wrake | aanvoegende wijs | wraken |
| wrakend | onvoltooid deelwoord | wraken |
| wrakende | woordvorm | wraken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wraken zijn vastgelegd.