Naar de inhoud

witwassen

een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen

witwassen

werkwoord ˈwɪtwɑsə(n)

Betekenis

  1. een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen
  2. zwart geld legaal proberen te maken door investeren, beleggen etc.

Hoe spreek je witwassen uit?

/ˈwɪtwɑsən/

Witwassen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɪtwɑsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɪ pit
t tak
ɑ bad
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. onwettig verkregen geld aan een schijnbaar legale herkomst helpen transitive
  2. zo grondig wassen dat het heldere, lichte kleur krijgt transitive

Vervoeging van witwassen

witwassenhele werkwoord — waste witverleden tijd enkelvoud — wasten witverleden tijd meervoud — witgewassenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik was wit waste wit
jij wast wit waste wit
hij, zij, het wast wit waste wit
wij wassen wit wasten wit
jullie wassen wit wasten wit
zij wassen wit wasten wit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is witgewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was witgewassen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd witgewassen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt witgewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal witgewassen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal witgewassen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou witgewassen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou witgewassen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had witgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had witgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had witgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden witgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden witgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden witgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt witgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben witgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben witgewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen witwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart witgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren witgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren witgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren witgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was wit gebiedende wijs
was witgewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was witgewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was witgewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waste wit verleden tijd
werd witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt witgewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wit te wassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
wit te zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wit zal wassen bijzin, toekomende tijd
wit zou wassen bijzin, voorwaardelijk
wit zouden wassen bijzin, voorwaardelijk
wit zoudt wassen bijzin, voorwaardelijk
wit zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
wit zullen wassen bijzin, toekomende tijd
wit zult wassen bijzin, toekomende tijd
witgewassen verleden tijd, deelwoord
witgewassen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
witgewassen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
witgewassen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
witgewassen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
witgewassen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
witgewassen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
witgewassen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
witgewassen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
witgewassen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
witgewassen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
witwas bijzin, tegenwoordige tijd
witwassend onvoltooid, deelwoord
witwast bijzin, tegenwoordige tijd
witwaste bijzin, verleden tijd
witwasten bijzin, verleden tijd
word witgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden witgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden witgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden witgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt witgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt witgewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal witgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal witgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal witwassen bijzin, toekomende tijd
zijn witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt witgewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou witwassen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) witwassen wit zou(dt) wassen bijzin, voorwaardelijk
zouden witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden witwassen bijzin, voorwaardelijk
zoudt witgewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt witgewassen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt witwassen bijzin, voorwaardelijk
zullen witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen witgewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen witgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen witgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen witgewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen witwassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen witwassen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen witwassen bijzin, toekomende tijd
zult witgewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van wit bn en wassen ww , vergelijk Engels whitewash ww "witten" ww

Woordfamilie van witwassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
was wit gebiedende wijs witwassen
wasse wit woordvorm witwassen
wassen wit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon witwassen
wast wit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon witwassen
waste wit verleden tijd witwassen
wasten wit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon witwassen
witgewassen voltooid deelwoord witwassen
witwas subordinate-clause, tegenwoordige tijd witwassen
witwasse with-subordinate-clause witwassen
witwassend onvoltooid deelwoord witwassen
witwassende woordvorm witwassen
witwast subordinate-clause, tegenwoordige tijd witwassen
witwaste subordinate-clause, verleden tijd witwassen
witwasten subordinate-clause, verleden tijd witwassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van witwassen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over witwassen

Hoe spreek ik witwassen uit?
Zo spreek je witwassen uit: /ˈwɪtwɑsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van witwassen?
Witwassen is een werkwoord. De betekenis is: een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik witwassen?
Zo vervoeg je witwassen zo: het voltooid deelwoord is witgewassen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord witwassen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

witwassen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. T 2
  4. W 5
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

witwassen in het kort

witwassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van witwassen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort witwassen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

witwassen: een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen
Deel witwassen — standaardnederlands.nl