witwassen
werkwoord ˈwɪtwɑsə(n)Betekenis
- een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen
- zwart geld legaal proberen te maken door investeren, beleggen etc.
Hoe spreek je witwassen uit?
/ˈwɪtwɑsən/
Witwassen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- onwettig verkregen geld aan een schijnbaar legale herkomst helpen transitive
- zo grondig wassen dat het heldere, lichte kleur krijgt transitive
Vervoeging van witwassen
witwassenhele werkwoord — waste witverleden tijd enkelvoud — wasten witverleden tijd meervoud — witgewassenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | was wit | waste wit |
| jij | wast wit | waste wit |
| hij, zij, het | wast wit | waste wit |
| wij | wassen wit | wasten wit |
| jullie | wassen wit | wasten wit |
| zij | wassen wit | wasten wit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is witgewassen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was witgewassen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd witgewassen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt witgewassen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal witgewassen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal witgewassen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou witgewassen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou witgewassen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had witgewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had witgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had witgewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden witgewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden witgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden witgewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt witgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben witgewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben witgewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen witwassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart witgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren witgewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren witgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren witgewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was wit | gebiedende wijs |
| was witgewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was witgewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was witgewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waste wit | verleden tijd |
| werd witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wit te wassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| wit te zullen wassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wit zal wassen | bijzin, toekomende tijd |
| wit zou wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| wit zouden wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| wit zoudt wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| wit zullen wassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wit zullen wassen | bijzin, toekomende tijd |
| wit zult wassen | bijzin, toekomende tijd |
| witgewassen | verleden tijd, deelwoord |
| witgewassen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| witgewassen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| witgewassen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| witgewassen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| witgewassen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| witgewassen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| witgewassen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| witgewassen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| witgewassen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| witgewassen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| witwas | bijzin, tegenwoordige tijd |
| witwassend | onvoltooid, deelwoord |
| witwast | bijzin, tegenwoordige tijd |
| witwaste | bijzin, verleden tijd |
| witwasten | bijzin, verleden tijd |
| word witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt witgewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal witgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal witgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal witwassen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt witgewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou witwassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) witwassen wit zou(dt) wassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden witwassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt witgewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt witgewassen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt witwassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen witgewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen witgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen witgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen witgewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen witwassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen witwassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen witwassen | bijzin, toekomende tijd |
| zult witgewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van wit bn en wassen ww , vergelijk Engels whitewash ww "witten" ww
Woordfamilie van witwassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| was wit | gebiedende wijs | witwassen |
| wasse wit | woordvorm | witwassen |
| wassen wit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | witwassen |
| wast wit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | witwassen |
| waste wit | verleden tijd | witwassen |
| wasten wit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | witwassen |
| witgewassen | voltooid deelwoord | witwassen |
| witwas | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | witwassen |
| witwasse | with-subordinate-clause | witwassen |
| witwassend | onvoltooid deelwoord | witwassen |
| witwassende | woordvorm | witwassen |
| witwast | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | witwassen |
| witwaste | subordinate-clause, verleden tijd | witwassen |
| witwasten | subordinate-clause, verleden tijd | witwassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van witwassen zijn vastgelegd.