wimpel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈʋɪmpəɫ/Betekenis
- een smalle strook stof, die aan een vlaggenmast wordt bevestigd en die geheel zelfstandig boven in de mast, of anders direct boven de vlag komt te hangen
Hoe spreek je wimpel uit?
/ˈwɪmpəl/
Wimpel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wimpels | meervoud |
| wimpeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wimpeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wimpelen
- gebiedende wijs van wimpelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wimpelen
Vervoeging van wimpel
wimpelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘lange smalle vlag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1140
Woordfamilie van wimpel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wimpels | meervoud | wimpel |
| wimpeltje | verkleinwoord | wimpel |
| wimpeltjes | verkleinwoord meervoud | wimpel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wimpel zijn vastgelegd.