| ben gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gewilligd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gewilligd te zullen zijn |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gewilligd zullen zijn |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| is gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te willigen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zijn gewilligd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen willigen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gewilligd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gewilligd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gewilligd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gewilligd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gewilligd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gewilligd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gewilligd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| willig |
gebiedende wijs
|
| willigde |
verleden tijd
|
| willige |
aanvoegende wijs
|
| willigend |
onvoltooid, deelwoord
|
| zal gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gewilligd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| zijn gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gewilligd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gewilligd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen willigen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gewilligd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult willigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|