wildplassen
werkwoordBetekenis
- het illegaal urineren in de openbare ruimte, zonder gebruik te maken van een toilet, urinoir of andere daartoe uitgevonden voorziening
Vervoeging van wildplassen
wildplassenhele werkwoord — plaste wildverleden tijd enkelvoud — plasten wildverleden tijd meervoud — wildgeplastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plas wild | plaste wild |
| jij | plast wild | plaste wild |
| hij, zij, het | plast wild | plaste wild |
| wij | plassen wild | plasten wild |
| jullie | plassen wild | plasten wild |
| zij | plassen wild | plasten wild |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is wildgeplast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was wildgeplast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd wildgeplast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt wildgeplast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal wildgeplast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal wildgeplast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou wildgeplast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou wildgeplast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had wildgeplast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had wildgeplast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had wildgeplast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden wildgeplast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden wildgeplast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden wildgeplast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt wildgeplast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben wildgeplast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft wildgeplast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plas wild | gebiedende wijs |
| plaste wild | verleden tijd |
| te hebben wildgeplast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wildplassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wild te plassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| wild te zullen plassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wild zal plassen | bijzin, toekomende tijd |
| wild zou plassen | bijzin, voorwaardelijk |
| wild zouden plassen | bijzin, voorwaardelijk |
| wild zoudt plassen | bijzin, voorwaardelijk |
| wild zullen plassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wild zullen plassen | bijzin, toekomende tijd |
| wild zult plassen | bijzin, toekomende tijd |
| wildgeplast | verleden tijd, deelwoord |
| wildgeplast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wildgeplast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wildplas | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wildplassend | onvoltooid, deelwoord |
| wildplast | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wildplaste | bijzin, verleden tijd |
| wildplasten | bijzin, verleden tijd |
| zal wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wildplassen | bijzin, toekomende tijd |
| zou wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wildplassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wildplassen wild zou(dt) plassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wildplassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt wildgeplast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wildplassen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wildplassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wildplassen | bijzin, toekomende tijd |
| zult wildgeplast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wildplassen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wildplassen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wildplassen wild zult/zal plassen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
In de betekenis van ‘in het openbaar urineren’ voor het eerst aangetroffen in 1995
Woordfamilie van wildplassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plas wild | gebiedende wijs | wildplassen |
| plassen wild | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wildplassen |
| plast wild | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wildplassen |
| plaste wild | verleden tijd | wildplassen |
| plasten wild | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wildplassen |
| wildgeplast | voltooid deelwoord | wildplassen |
| wildplas | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wildplassen |
| wildplassend | onvoltooid deelwoord | wildplassen |
| wildplassende | woordvorm | wildplassen |
| wildplast | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wildplassen |
| wildplaste | subordinate-clause, verleden tijd | wildplassen |
| wildplasten | subordinate-clause, verleden tijd | wildplassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wildplassen zijn vastgelegd.