wik
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een doodlopend stuk sloot dat als haventje kan fungeren
- datgene wat op een waag gewogen wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wikjes | verkleinwoord, meervoud |
| wikken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wikken
- gebiedende wijs van wikken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wikken
Vervoeging van wik
wikhele werkwoord
Woordfamilie van wik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wikje | verkleinwoord | wik |
| wikjes | verkleinwoord meervoud | wik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wik zijn vastgelegd.