wijzigen
werkwoord ˈwɛizəɣə(n)Betekenis
- zodanig aan iets werken dat het anders wordt
Hoe spreek je wijzigen uit?
/ˈwɛizəxən/
Wijzigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ə | de |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wijzigen
wijzigenhele werkwoord — wijzigdeverleden tijd enkelvoud — wijzigdenverleden tijd meervoud — gewijzigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wijzig | wijzigde |
| jij | wijzigt | wijzigde |
| hij, zij, het | wijzigt | wijzigde |
| wij | wijzigen | wijzigden |
| jullie | wijzigen | wijzigden |
| zij | wijzigen | wijzigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewijzigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewijzigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewijzigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewijzigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewijzigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewijzigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewijzigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewijzigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewijzigd | verleden tijd, deelwoord |
| gewijzigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewijzigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewijzigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewijzigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewijzigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewijzigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewijzigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewijzigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewijzigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewijzigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewijzigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewijzigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewijzigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewijzigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewijzigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewijzigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewijzigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewijzigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewijzigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wijzigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wijzigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewijzigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewijzigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewijzigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewijzigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewijzigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewijzigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewijzigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wijzig | gebiedende wijs |
| wijzigde | verleden tijd |
| wijzige | aanvoegende wijs |
| wijzigend | onvoltooid, deelwoord |
| word gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewijzigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewijzigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewijzigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewijzigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewijzigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gewijzigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewijzigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewijzigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewijzigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wijzigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewijzigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewijzigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gewijzigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wijzigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘veranderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1811
Woordfamilie van wijzigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijzig | gebiedende wijs | wijzigen |
| wijzigde | verleden tijd | wijzigen |
| wijzigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wijzigen |
| wijzige | aanvoegende wijs | wijzigen |
| wijzigend | onvoltooid deelwoord | wijzigen |
| wijzigende | woordvorm | wijzigen |
| wijzigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wijzigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijzigen zijn vastgelegd.