wijnstok
zelfstandig naamwoord /ˈʋɛi̯n.stɔk/Betekenis
- klimplant uit de wijnstokfamilie met handvormige bladeren en geel-groenachtige bloemen, die de druif als vrucht voortbrengt
Hoe spreek je wijnstok uit?
/ˈwɛinstɔk/
Wijnstok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Vitis vinifera klimplant uit de wijnstokfamilie met handvormige bladeren en geel-groenachtige bloemen, die de druif als vrucht voortbrengt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijnstokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijnstokjes | verkleinwoord, meervoud |
| wijnstokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van wijn zn en stok zn
Woordfamilie van wijnstok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijnstokje | verkleinwoord | wijnstok |
| wijnstokjes | verkleinwoord meervoud | wijnstok |
| wijnstokken | meervoud | wijnstok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijnstok zijn vastgelegd.