wijkwinkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een centraal in de wijk gelegen winkel bestemd voor de wijkbewoners
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijkwinkels | meervoud |
| wijkwinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijkwinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van wijk en winkel
Woordfamilie van wijkwinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijkwinkels | meervoud | wijkwinkel |
| wijkwinkeltje | verkleinwoord | wijkwinkel |
| wijkwinkeltjes | verkleinwoord meervoud | wijkwinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijkwinkel zijn vastgelegd.