Naar de inhoud

wettigen

wettig maken

wettigen

werkwoord /wɛtəgə/

Betekenis

  1. wettig maken
  2. rechtvaardigen

Hoe spreek je wettigen uit?

/wɛtəgə/

Wettigen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /wɛtəgə/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
t tak
ə de
g goal

Vervoeging van wettigen

wettigenhele werkwoord — wettigdeverleden tijd enkelvoud — wettigdenverleden tijd meervoud — gewettigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wettig wettigde
jij wettigt wettigde
hij, zij, het wettigt wettigde
wij wettigen wettigden
jullie wettigen wettigden
zij wettigen wettigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewettigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewettigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewettigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewettigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewettigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewettigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewettigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewettigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewettigd verleden tijd, deelwoord
gewettigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewettigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewettigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewettigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewettigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewettigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewettigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewettigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewettigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewettigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewettigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewettigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewettigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewettigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewettigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewettigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewettigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewettigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewettigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wettigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wettigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewettigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewettigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewettigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewettigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewettigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewettigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewettigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewettigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wettig gebiedende wijs
wettigde verleden tijd
wettige aanvoegende wijs
wettigend onvoltooid, deelwoord
word gewettigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewettigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewettigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewettigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewettigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewettigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewettigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewettigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewettigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewettigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewettigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wettigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewettigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewettigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewettigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wettigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewettigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewettigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewettigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wettigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wettig maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1608

Woordfamilie van wettigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewettigd voltooid deelwoord wettigen
wettigde verleden tijd wettigen
wettigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wettigen
wettigend onvoltooid deelwoord wettigen
wettigende woordvorm wettigen
wettigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wettigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wettigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wettigen

Hoe spreek je wettigen uit?
De uitspraak van wettigen is: /wɛtəgə/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent wettigen?
Wettigen is een werkwoord. Het woord betekent: wettig maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wettigen?
Je vervoegt wettigen als volgt: de tegenwoordige tijd is wettig, de verleden tijd is wettigde en het voltooid deelwoord is gewettigd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wettigen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wettigen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wettigen in het kort

wettigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wettigen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wettigen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wettigen: wettig maken
Deel wettigen — standaardnederlands.nl