houtwesp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- die zijn eieren afzet in het hout van bomen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een wesp uit de familie Siricidae die zijn eieren afzet in het hout van bomen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houtwespen | meervoud |
| houtwespje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houtwespjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hout en wesp
Woordfamilie van houtwesp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houtwespje | verkleinwoord | houtwesp |
| houtwespjes | verkleinwoord meervoud | houtwesp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houtwesp zijn vastgelegd.