Naar de inhoud

wegwerken

met enige inspanning laten verdwijnen

wegwerken is meer dan één woord

wegwerken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwɛxwɛrkə(n)

Betekenis

  1. met enige inspanning laten verdwijnen

Hoe spreek je wegwerken uit?

/ˈwɛxwɛrkən/

Wegwerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxwɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
r rood
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegwerken

wegwerkenhele werkwoord — werkte wegverleden tijd enkelvoud — werkten wegverleden tijd meervoud — weggewerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik werk weg werkte weg
jij werkt weg werkte weg
hij, zij, het werkt weg werkte weg
wij werken weg werkten weg
jullie werken weg werkten weg
zij werken weg werkten weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggewerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggewerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggewerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggewerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggewerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggewerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggewerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggewerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggewerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggewerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggewerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggewerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggewerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te werken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen werken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal werken bijzin, toekomende tijd
weg zou werken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden werken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt werken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen werken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen werken bijzin, toekomende tijd
weg zult werken bijzin, toekomende tijd
weggewerkt verleden tijd, deelwoord
weggewerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggewerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggewerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggewerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggewerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggewerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggewerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggewerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggewerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggewerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegwerk bijzin, tegenwoordige tijd
wegwerkend onvoltooid, deelwoord
wegwerkt bijzin, tegenwoordige tijd
wegwerkte bijzin, verleden tijd
wegwerkten bijzin, verleden tijd
werd weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werk weg gebiedende wijs
werkte weg verleden tijd
word weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggewerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegwerken bijzin, toekomende tijd
zijn weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggewerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegwerken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegwerken weg zou(dt) werken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegwerken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggewerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggewerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegwerken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggewerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggewerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegwerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegwerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegwerken bijzin, toekomende tijd
zult weggewerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wegwerk

Herkomst

samenstelling van weg bw en werken ww

Woordfamilie van wegwerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
weggewerkt voltooid deelwoord wegwerken
weggewerkte woordvorm wegwerken
wegwerke with-subordinate-clause wegwerken
wegwerkend onvoltooid deelwoord wegwerken
wegwerkende woordvorm wegwerken
wegwerkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegwerken
wegwerkte subordinate-clause, verleden tijd wegwerken
wegwerkten subordinate-clause, verleden tijd wegwerken
werk weg gebiedende wijs wegwerken
werke weg woordvorm wegwerken
werken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegwerken
werkt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegwerken
werkte weg verleden tijd wegwerken
werkten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegwerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegwerken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegwerken

Hoe spreek ik wegwerken uit?
Zo spreek je wegwerken uit: /ˈwɛxwɛrkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegwerken?
Wegwerken is een werkwoord. De betekenis is: met enige inspanning laten verdwijnen.
Hoe vervoeg ik wegwerken?
Zo vervoeg je wegwerken zo: het voltooid deelwoord is weggewerkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegwerken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegwerken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegwerken in het kort

wegwerken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van wegwerken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegwerken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegwerken: met enige inspanning laten verdwijnen
Deel wegwerken — standaardnederlands.nl