wegvegen
werkwoordBetekenis
- vegend verwijderen
Vervoeging van wegvegen
wegvegenhele werkwoord — veegde wegverleden tijd enkelvoud — veegden wegverleden tijd meervoud — weggeveegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veeg weg | veegde weg |
| jij | veegt weg | veegde weg |
| hij, zij, het | veegt weg | veegde weg |
| wij | vegen weg | veegden weg |
| jullie | vegen weg | veegden weg |
| zij | vegen weg | veegden weg |
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is weggeveegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggeveegd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggeveegd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggeveegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggeveegd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggeveegd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggeveegd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggeveegd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggeveegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggeveegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggeveegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggeveegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegvegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veeg weg | gebiedende wijs |
| veegde weg | verleden tijd |
| waren weggeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te vegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen vegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal vegen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen vegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen vegen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult vegen | bijzin, toekomende tijd |
| weggeveegd | verleden tijd, deelwoord |
| weggeveegd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggeveegd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggeveegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeveegd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeveegd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeveegd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggeveegd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggeveegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggeveegd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggeveegd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegveeg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegveegde | bijzin, verleden tijd |
| wegveegden | bijzin, verleden tijd |
| wegveegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegvegend | onvoltooid, deelwoord |
| werd weggeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden weggeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden weggeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegvegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegvegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegvegen weg zou(dt) vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegvegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegvegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegvegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegvegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegvegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegvegen weg zult/zal vegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en vegen
Woordfamilie van wegvegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veeg weg | gebiedende wijs | wegvegen |
| veegde weg | verleden tijd | wegvegen |
| veegden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegvegen |
| veegt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegvegen |
| vege weg | woordvorm | wegvegen |
| vegen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegvegen |
| weggeveegd | voltooid deelwoord | wegvegen |
| weggeveegde | woordvorm | wegvegen |
| wegveeg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegvegen |
| wegveegde | subordinate-clause, verleden tijd | wegvegen |
| wegveegden | subordinate-clause, verleden tijd | wegvegen |
| wegveegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegvegen |
| wegvege | with-subordinate-clause | wegvegen |
| wegvegend | onvoltooid deelwoord | wegvegen |
| wegvegende | woordvorm | wegvegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegvegen zijn vastgelegd.