Naar de inhoud

wegteren

geleidelijk vergaan, wegkwijnen

wegteren

werkwoord

Betekenis

  1. geleidelijk vergaan, wegkwijnen

Vervoeging van wegteren

wegterenhele werkwoord — teerde wegverleden tijd enkelvoud — teerden wegverleden tijd meervoud — weggeteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik teer weg teerde weg
jij teert weg teerde weg
hij, zij, het teert weg teerde weg
wij teren weg teerden weg
jullie teren weg teerden weg
zij teren weg teerden weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggeteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teer weg gebiedende wijs
teerde weg verleden tijd
waart weggeteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggeteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggeteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggeteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggeteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te teren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen teren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal teren bijzin, toekomende tijd
weg zou teren bijzin, voorwaardelijk
weg zouden teren bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt teren bijzin, voorwaardelijk
weg zullen teren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen teren bijzin, toekomende tijd
weg zult teren bijzin, toekomende tijd
weggeteerd verleden tijd, deelwoord
weggeteerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeteerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegteer bijzin, tegenwoordige tijd
wegteerde bijzin, verleden tijd
wegteerden bijzin, verleden tijd
wegteert bijzin, tegenwoordige tijd
wegterend onvoltooid, deelwoord
zal weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegteren bijzin, toekomende tijd
zijn weggeteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggeteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegteren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegteren weg zou(dt) teren bijzin, voorwaardelijk
zouden weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegteren bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggeteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegteren bijzin, voorwaardelijk
zullen weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegteren bijzin, toekomende tijd
zult weggeteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegteren bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegteren weg zult/zal teren bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en teren

Woordfamilie van wegteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
teer weg gebiedende wijs wegteren
teerde weg verleden tijd wegteren
teerden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegteren
teert weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegteren
tere weg woordvorm wegteren
teren weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegteren
weggeteerd voltooid deelwoord wegteren
weggeteerde woordvorm wegteren
wegteer subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegteren
wegteerde subordinate-clause, verleden tijd wegteren
wegteerden subordinate-clause, verleden tijd wegteren
wegteert subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegteren
wegtere with-subordinate-clause wegteren
wegterend onvoltooid deelwoord wegteren
wegterende woordvorm wegteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegteren

Wat is de betekenis van wegteren?
Wegteren is een werkwoord. De betekenis is: geleidelijk vergaan, wegkwijnen.
Hoe vervoeg ik wegteren?
Zo vervoeg je wegteren zo: het voltooid deelwoord is weggeteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegteren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegteren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegteren in het kort

wegteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegteren staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegteren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegteren: geleidelijk vergaan, wegkwijnen
Deel wegteren — standaardnederlands.nl