Naar de inhoud

wegsturen

doen weggaan

wegsturen

werkwoord /'wɛxstyrə(n)/

Betekenis

  1. doen weggaan

Hoe spreek je wegsturen uit?

/ˈwɛxstyrən/

Wegsturen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxstyrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
s sok
t tak
y fuut
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegsturen

wegsturenhele werkwoord — stuurde wegverleden tijd enkelvoud — stuurden wegverleden tijd meervoud — weggestuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuur weg stuurde weg
jij stuurt weg stuurde weg
hij, zij, het stuurt weg stuurde weg
wij sturen weg stuurden weg
jullie sturen weg stuurden weg
zij sturen weg stuurden weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggestuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggestuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggestuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggestuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggestuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggestuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggestuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggestuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stuur weg gebiedende wijs
stuurde weg verleden tijd
te hebben weggestuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegsturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te sturen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen sturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal sturen bijzin, toekomende tijd
weg zou sturen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden sturen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt sturen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen sturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen sturen bijzin, toekomende tijd
weg zult sturen bijzin, toekomende tijd
weggestuurd verleden tijd, deelwoord
weggestuurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestuurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestuurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestuurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestuurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestuurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestuurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestuurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegsturend onvoltooid, deelwoord
wegstuur bijzin, tegenwoordige tijd
wegstuurde bijzin, verleden tijd
wegstuurden bijzin, verleden tijd
wegstuurt bijzin, tegenwoordige tijd
werd weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggestuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegsturen bijzin, toekomende tijd
zijn weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegsturen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegsturen weg zou(dt) sturen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegsturen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegsturen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggestuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegsturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegsturen bijzin, toekomende tijd
zult weggestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg bw en sturen

Woordfamilie van wegsturen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sture weg woordvorm wegsturen
sturen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegsturen
stuur weg gebiedende wijs wegsturen
stuurde weg verleden tijd wegsturen
stuurden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegsturen
stuurt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegsturen
weggestuurd voltooid deelwoord wegsturen
weggestuurde woordvorm wegsturen
wegsture with-subordinate-clause wegsturen
wegsturend onvoltooid deelwoord wegsturen
wegsturende woordvorm wegsturen
wegstuur subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsturen
wegstuurde subordinate-clause, verleden tijd wegsturen
wegstuurden subordinate-clause, verleden tijd wegsturen
wegstuurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsturen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegsturen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegsturen

Hoe spreek ik wegsturen uit?
Zo spreek je wegsturen uit: /'wɛxstyrə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van wegsturen?
Wegsturen is een werkwoord. De betekenis is: doen weggaan.
Hoe vervoeg ik wegsturen?
Zo vervoeg je wegsturen zo: het voltooid deelwoord is weggestuurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegsturen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegsturen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegsturen in het kort

wegsturen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegsturen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegsturen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegsturen: doen weggaan
Deel wegsturen — standaardnederlands.nl