Naar de inhoud

wegstrijken

doen verdwijnen (door strijken); glad maken

wegstrijken

werkwoord

Betekenis

  1. doen verdwijnen (door strijken); glad maken

Vervoeging van wegstrijken

wegstrijkenhele werkwoord — streek wegverleden tijd enkelvoud — streken wegverleden tijd meervoud — weggestrekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik strijk weg streek weg
jij strijkt weg streek weg
hij, zij, het strijkt weg streek weg
wij strijken weg streken weg
jullie strijken weg streken weg
zij strijken weg streken weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggestreken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggestreken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggestreken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggestreken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggestreken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggestreken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggestreken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggestreken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestreken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
streek weg verleden tijd
strijk weg gebiedende wijs
te hebben weggestreken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegstrijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggestreken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggestreken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggestreken voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te strijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen strijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal strijken bijzin, toekomende tijd
weg zou strijken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden strijken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt strijken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen strijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen strijken bijzin, toekomende tijd
weg zult strijken bijzin, toekomende tijd
weggestreken verleden tijd, deelwoord
weggestreken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestreken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggestreken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestreken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestreken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggestreken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestreken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggestreken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestreken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggestreken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegstreek bijzin, verleden tijd
wegstreken bijzin, verleden tijd
wegstrijk bijzin, tegenwoordige tijd
wegstrijkend onvoltooid, deelwoord
wegstrijkt bijzin, tegenwoordige tijd
werd weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggestreken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggestreken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggestreken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggestreken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegstrijken bijzin, toekomende tijd
zijn weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggestreken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegstrijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegstrijken weg zou(dt) strijken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegstrijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggestreken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggestreken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegstrijken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggestreken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggestreken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggestreken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggestreken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegstrijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegstrijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegstrijken bijzin, toekomende tijd
zult weggestreken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en strijken

Woordfamilie van wegstrijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
streek weg verleden tijd wegstrijken
streken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegstrijken
strijk weg gebiedende wijs wegstrijken
strijke weg woordvorm wegstrijken
strijken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegstrijken
strijkt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegstrijken
weggestreken voltooid deelwoord wegstrijken
wegstreek subordinate-clause, verleden tijd wegstrijken
wegstreken subordinate-clause, verleden tijd wegstrijken
wegstrijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegstrijken
wegstrijke with-subordinate-clause wegstrijken
wegstrijkend onvoltooid deelwoord wegstrijken
wegstrijkende woordvorm wegstrijken
wegstrijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegstrijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegstrijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegstrijken

Wat betekent wegstrijken?
Wegstrijken is een werkwoord. Het woord betekent: doen verdwijnen (door strijken); glad maken.
Hoe vervoeg je wegstrijken?
Je vervoegt wegstrijken als volgt: het voltooid deelwoord is weggestreken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegstrijken is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegstrijken levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegstrijken in het kort

wegstrijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegstrijken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegstrijken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegstrijken: doen verdwijnen (door strijken); glad maken
Deel wegstrijken — standaardnederlands.nl