wegstormen
werkwoordBetekenis
- zich energiek uit de voeten maken
- van een storm geheel doen verdwijnen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van wegstormen
wegstormenhele werkwoord — stormde wegverleden tijd enkelvoud — stormden wegverleden tijd meervoud — weggestormdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | storm weg | stormde weg |
| jij | stormt weg | stormde weg |
| hij, zij, het | stormt weg | stormde weg |
| wij | stormen weg | stormden weg |
| jullie | stormen weg | stormden weg |
| zij | stormen weg | stormden weg |
Alle 80 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| er is weggestormd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was weggestormd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd weggestormd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt weggestormd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal weggestormd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal weggestormd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou weggestormd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou weggestormd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben weggestormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is weggestormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| storm weg | gebiedende wijs |
| stormde weg | verleden tijd |
| te hebben/zijn weggestormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegstormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren weggestormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggestormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te stormen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen stormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal stormen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou stormen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden stormen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt stormen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen stormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen stormen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult stormen | bijzin, toekomende tijd |
| weggestormd | verleden tijd, deelwoord |
| weggestormd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggestormd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggestormd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggestormd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggestormd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggestormd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggestormd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggestormd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggestormd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggestormd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegstorm | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegstormde | bijzin, verleden tijd |
| wegstormden | bijzin, verleden tijd |
| wegstormend | onvoltooid, deelwoord |
| wegstormt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| werd weggestormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden weggestormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden weggestormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggestormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggestormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggestormd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegstormen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggestormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggestormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou weggestormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggestormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegstormen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegstormen weg zou(dt) stormen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggestormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggestormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegstormen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegstormen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggestormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggestormd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegstormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegstormen | bijzin, toekomende tijd |
| zult wegstormen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegstormen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegstormen weg zult/zal stormen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en stormen
Woordfamilie van wegstormen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| storm weg | gebiedende wijs | wegstormen |
| stormde weg | verleden tijd | wegstormen |
| stormden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegstormen |
| storme weg | woordvorm | wegstormen |
| stormen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegstormen |
| stormt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegstormen |
| weggestormd | voltooid deelwoord | wegstormen |
| weggestormde | woordvorm | wegstormen |
| wegstorm | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegstormen |
| wegstormde | subordinate-clause, verleden tijd | wegstormen |
| wegstormden | subordinate-clause, verleden tijd | wegstormen |
| wegstorme | with-subordinate-clause | wegstormen |
| wegstormend | onvoltooid deelwoord | wegstormen |
| wegstormende | woordvorm | wegstormen |
| wegstormt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegstormen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegstormen zijn vastgelegd.