Naar de inhoud

wegspelen

in het spel verre overtreffen, van het bord of van het veld spelen

wegspelen

werkwoord

Betekenis

  1. in het spel verre overtreffen, van het bord of van het veld spelen

Vervoeging van wegspelen

wegspelenhele werkwoord — speelde wegverleden tijd enkelvoud — speelden wegverleden tijd meervoud — weggespeeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speel weg speelde weg
jij speelt weg speelde weg
hij, zij, het speelt weg speelde weg
wij spelen weg speelden weg
jullie spelen weg speelden weg
zij spelen weg speelden weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggespeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggespeeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggespeeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggespeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggespeeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggespeeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggespeeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggespeeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggespeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
speel weg gebiedende wijs
speelde weg verleden tijd
te hebben weggespeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegspelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggespeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggespeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggespeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te spelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen spelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal spelen bijzin, toekomende tijd
weg zou spelen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden spelen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt spelen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen spelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen spelen bijzin, toekomende tijd
weg zult spelen bijzin, toekomende tijd
weggespeeld verleden tijd, deelwoord
weggespeeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggespeeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggespeeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggespeeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggespeeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggespeeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggespeeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggespeeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggespeeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggespeeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegspeel bijzin, tegenwoordige tijd
wegspeelde bijzin, verleden tijd
wegspeelden bijzin, verleden tijd
wegspeelt bijzin, tegenwoordige tijd
wegspelend onvoltooid, deelwoord
werd weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggespeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegspelen bijzin, toekomende tijd
zijn weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggespeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegspelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegspelen weg zou(dt) spelen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegspelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggespeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggespeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegspelen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggespeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggespeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegspelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegspelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegspelen bijzin, toekomende tijd
zult weggespeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en spelen

Woordfamilie van wegspelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
speel weg gebiedende wijs wegspelen
speelde weg verleden tijd wegspelen
speelden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegspelen
speelt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegspelen
spele weg woordvorm wegspelen
spelen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegspelen
weggespeeld voltooid deelwoord wegspelen
weggespeelde woordvorm wegspelen
wegspeel subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegspelen
wegspeelde subordinate-clause, verleden tijd wegspelen
wegspeelden subordinate-clause, verleden tijd wegspelen
wegspeelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegspelen
wegspele with-subordinate-clause wegspelen
wegspelend onvoltooid deelwoord wegspelen
wegspelende woordvorm wegspelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegspelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegspelen

Wat is de betekenis van wegspelen?
Wegspelen is een werkwoord. De betekenis is: in het spel verre overtreffen, van het bord of van het veld spelen.
Hoe vervoeg ik wegspelen?
Zo vervoeg je wegspelen zo: het voltooid deelwoord is weggespeeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegspelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. P 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegspelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. P 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegspelen in het kort

wegspelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegspelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegspelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegspelen: in het spel verre overtreffen, van het bord of van het veld spelen
Deel wegspelen — standaardnederlands.nl