Naar de inhoud

wegsmijten

met kracht of onachtzaam wegwerpen

wegsmijten

werkwoord

Betekenis

  1. met kracht of onachtzaam wegwerpen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van wegsmijten

wegsmijtenhele werkwoord — smeet wegverleden tijd enkelvoud — smeten wegverleden tijd meervoud — weggesmetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smijt weg smeet weg
jij smijt weg smeet weg
hij, zij, het smijt weg smeet weg
wij smijten weg smeten weg
jullie smijten weg smeten weg
zij smijten weg smeten weg
Alle 106 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is weggesmeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggesmeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggesmeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggesmeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggesmeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggesmeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggesmeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggesmeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggesmeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggesmeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggesmeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggesmeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggesmeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggesmeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggesmeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggesmeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smeet weg verleden tijd
smijt weg gebiedende wijs
te hebben weggesmeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegsmijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren weggesmeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggesmeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te smijten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen smijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal smijten bijzin, toekomende tijd
weg zou smijten bijzin, voorwaardelijk
weg zouden smijten bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt smijten bijzin, voorwaardelijk
weg zullen smijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen smijten bijzin, toekomende tijd
weg zult smijten bijzin, toekomende tijd
weggesmeten verleden tijd, deelwoord
weggesmeten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggesmeten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggesmeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesmeten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesmeten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggesmeten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggesmeten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggesmeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggesmeten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggesmeten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegsmeet bijzin, verleden tijd
wegsmeten bijzin, verleden tijd
wegsmijt bijzin, tegenwoordige tijd
wegsmijtend onvoltooid, deelwoord
werd weggesmeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden weggesmeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden weggesmeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggesmeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggesmeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggesmeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegsmijten bijzin, toekomende tijd
zijn weggesmeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggesmeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggesmeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegsmijten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegsmijten weg zou(dt) smijten bijzin, voorwaardelijk
zouden weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggesmeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggesmeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegsmijten bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggesmeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegsmijten bijzin, voorwaardelijk
zullen weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggesmeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggesmeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegsmijten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegsmijten bijzin, toekomende tijd
zult weggesmeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegsmijten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegsmijten bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegsmijten weg zult/zal smijten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en smijten

Woordfamilie van wegsmijten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
smeet weg verleden tijd wegsmijten
smeten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegsmijten
smijt weg gebiedende wijs wegsmijten
smijte weg woordvorm wegsmijten
smijten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegsmijten
weggesmeten voltooid deelwoord wegsmijten
wegsmeet subordinate-clause, verleden tijd wegsmijten
wegsmeten subordinate-clause, verleden tijd wegsmijten
wegsmijt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegsmijten
wegsmijte with-subordinate-clause wegsmijten
wegsmijtend onvoltooid deelwoord wegsmijten
wegsmijtende woordvorm wegsmijten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegsmijten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegsmijten

Wat betekent wegsmijten?
Wegsmijten is een werkwoord. Het woord betekent: met kracht of onachtzaam wegwerpen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wegsmijten?
Je vervoegt wegsmijten als volgt: het voltooid deelwoord is weggesmeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegsmijten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. M 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegsmijten levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. M 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegsmijten in het kort

wegsmijten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wegsmijten zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegsmijten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegsmijten: met kracht of onachtzaam wegwerpen
Deel wegsmijten — standaardnederlands.nl