Naar de inhoud

wegslikken

iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen

wegslikken

werkwoord ˈwɛxslɪkə(n)

Betekenis

  1. iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen
  2. zich over een negatief gevoel heenzetten

Hoe spreek je wegslikken uit?

/ˈwɛxslɪkən/

Wegslikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxslɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
s sok
l land
ɪ pit
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegslikken

wegslikkenhele werkwoord — slikte wegverleden tijd enkelvoud — slikten wegverleden tijd meervoud — weggesliktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slik weg slikte weg
jij slikt weg slikte weg
hij, zij, het slikt weg slikte weg
wij slikken weg slikten weg
jullie slikken weg slikten weg
zij slikken weg slikten weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggeslikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggeslikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggeslikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggeslikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggeslikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggeslikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggeslikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggeslikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggeslikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slik weg gebiedende wijs
slikte weg verleden tijd
te hebben weggeslikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegslikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggeslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggeslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggeslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te slikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen slikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal slikken bijzin, toekomende tijd
weg zou slikken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden slikken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt slikken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen slikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen slikken bijzin, toekomende tijd
weg zult slikken bijzin, toekomende tijd
weggeslikt verleden tijd, deelwoord
weggeslikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggeslikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggeslikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeslikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeslikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeslikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggeslikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggeslikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggeslikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggeslikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegslik bijzin, tegenwoordige tijd
wegslikkend onvoltooid, deelwoord
wegslikt bijzin, tegenwoordige tijd
wegslikte bijzin, verleden tijd
wegslikten bijzin, verleden tijd
werd weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggeslikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegslikken bijzin, toekomende tijd
zijn weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggeslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegslikken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegslikken weg zou(dt) slikken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegslikken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggeslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggeslikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegslikken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggeslikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggeslikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegslikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegslikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegslikken bijzin, toekomende tijd
zult weggeslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg bw en slikken ww

Woordfamilie van wegslikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
slik weg gebiedende wijs wegslikken
slikke weg woordvorm wegslikken
slikken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegslikken
slikt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegslikken
slikte weg verleden tijd wegslikken
slikten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegslikken
weggeslikt voltooid deelwoord wegslikken
weggeslikte woordvorm wegslikken
wegslik subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegslikken
wegslikke with-subordinate-clause wegslikken
wegslikkend onvoltooid deelwoord wegslikken
wegslikkende woordvorm wegslikken
wegslikt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegslikken
wegslikte subordinate-clause, verleden tijd wegslikken
wegslikten subordinate-clause, verleden tijd wegslikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegslikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegslikken

Hoe spreek ik wegslikken uit?
Zo spreek je wegslikken uit: /ˈwɛxslɪkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegslikken?
Wegslikken is een werkwoord. De betekenis is: iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegslikken?
Zo vervoeg je wegslikken zo: het voltooid deelwoord is weggeslikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegslikken is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegslikken levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegslikken in het kort

wegslikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegslikken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegslikken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegslikken: iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen
Deel wegslikken — standaardnederlands.nl