Naar de inhoud

wegschieten

zich plotseling verplaatsen

wegschieten

werkwoord

Betekenis

  1. zich plotseling verplaatsen
  2. door schieten laten verdwijnen

Vervoeging van wegschieten

wegschietenhele werkwoord — schoot wegverleden tijd enkelvoud — schoten wegverleden tijd meervoud — weggeschotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schiet weg schoot weg
jij schiet weg schoot weg
hij, zij, het schiet weg schoot weg
wij schieten weg schoten weg
jullie schieten weg schoten weg
zij schieten weg schoten weg
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggeschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggeschoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggeschoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggeschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggeschoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggeschoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggeschoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggeschoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggeschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schiet weg gebiedende wijs
schoot weg verleden tijd
te hebben weggeschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggeschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggeschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggeschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te schieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen schieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal schieten bijzin, toekomende tijd
weg zou schieten bijzin, voorwaardelijk
weg zouden schieten bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt schieten bijzin, voorwaardelijk
weg zullen schieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen schieten bijzin, toekomende tijd
weg zult schieten bijzin, toekomende tijd
weggeschoten verleden tijd, deelwoord
weggeschoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggeschoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggeschoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeschoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeschoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeschoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggeschoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggeschoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggeschoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggeschoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegschiet bijzin, tegenwoordige tijd
wegschietend onvoltooid, deelwoord
wegschoot bijzin, verleden tijd
wegschoten bijzin, verleden tijd
werd weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggeschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegschieten bijzin, toekomende tijd
zijn weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggeschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegschieten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegschieten weg zou(dt) schieten bijzin, voorwaardelijk
zouden weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegschieten bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggeschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggeschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegschieten bijzin, voorwaardelijk
zullen weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggeschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegschieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegschieten bijzin, toekomende tijd
zult weggeschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggeschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg en schieten

Woordfamilie van wegschieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schiet weg gebiedende wijs wegschieten
schiete weg woordvorm wegschieten
schieten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegschieten
schoot weg verleden tijd wegschieten
schoten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegschieten
weggeschoten voltooid deelwoord wegschieten
wegschiet subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegschieten
wegschiete with-subordinate-clause wegschieten
wegschietend onvoltooid deelwoord wegschieten
wegschietende woordvorm wegschieten
wegschoot subordinate-clause, verleden tijd wegschieten
wegschoten subordinate-clause, verleden tijd wegschieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegschieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegschieten

Wat betekent wegschieten?
Wegschieten is een werkwoord. Het woord betekent: zich plotseling verplaatsen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wegschieten?
Je vervoegt wegschieten als volgt: het voltooid deelwoord is weggeschoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegschieten is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 1
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegschieten levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. I 2
  8. E 1
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 27 zonder bonus
  13. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegschieten in het kort

wegschieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wegschieten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegschieten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegschieten: zich plotseling verplaatsen
Deel wegschieten — standaardnederlands.nl